Gereduceerde (niet-kerende) grondbewerking levert per jaar ongeveer een centimeter grond op met de gewenste structuur. Onderzoeker Derk van Balen zag dat bij de BASIS-proef in Lelystad, waarbij niet-kerend en op onbereden bedden gewerkt werd. „Deskundigen zeiden dat wel eens en het lijkt er aardig op dat die centimeter klopt.”

Van Balen vindt het jammer dat de proef stopt, want op zo’n proeflocatie kan je de grenzen opzoeken van wat mogelijk is. „Op een gewone boerderij zou het risico op oogstverlies soms te groot zijn. Een onderzoeksbedrijf kan dit af en toe laten gebeuren.”

Van Balen zegt dat de onderzoekers aan het begin van de grote BASIS-proef vermoedden dat onbereden bedden goed zouden samengaan met niet-kerende grondbewerking. Na veel jaren onderzoek komt dat naar boven in de proef. Als er veel water valt infiltreert dat goed op de onbereden plekken. De rijpaden van vier meter breed hebben goede draagkracht, terwijl de bedden mooi los blijven. Steeds meer werkzaamheden, tot en met de oogst (waarvoor als laatste machines op maat kwamen), konden vanaf de rijpaden gebeuren.

4 meter breed spoor
De breedspoortrekker van WUR Open Teelten werkt op 4 meter breedte.

Om in de BASIS-proef te werken zetten de mensen van het proefbedrijf in Lelystad een trekker op een spoorbreedte van vier meter. „We wilden de bedden zoveel mogelijk ontzien. Het bleek wel dat de verdichting van de rijpaden enigszins uitstraalde onder de grond. Toch bleef er heel weinig water staan. Zelfs op de sporen zakte het relatief snel weg”, aldus de onderzoeker.

Geploegd land met gereduceerde grondbewerking

Tijdens de BioVelddag 2024 liet Van Balen zien hoe de ondergrond er na veel jaren uitziet in de proef. Daarbij vergeleek hij geploegd land met gereduceerde grondbewerking. De onderzoeker denkt dat bij de meeste gewassen gereduceerde grondbewerking gelijk tot beter renderend uit de vergelijking komt. Fijnzadige gewassen zijn gevoeliger voor de grovere structuur bij de onbereden bedden. Aanwezige telers op de BioVelddag verwachten dat onkruid een groter probleem is bij niet-kerend werken. Volgens Van Balen komt dat op de Flevolandse klei niet uit het onderzoek. Op zand kan dat onkruid lastiger zijn, zeker voor de biologische telers, die geen herbiciden kunnen inzetten.

Gereduceerde grondbewerking maakt de grond poreuzer dan ploegen, is te zien in de doorsnede van het geploegde en het niet-kerende deel van de proef. Dat is goed voor de meeste teelten. Van Balen denkt dat inzetten van een ecoploeg, die niet dieper dan een centimeter of 12 werkt, een optie is voorafgaand aan uien, peen of andere fijnzadige gewassen. „Ik denk dat de bodem daar geen grote klap van krijgt en dat herstel van die bewerking vlot gaat, dankzij het actieve bodemleven.”

Bovengronds leven

Behalve meer diversiteit en aantallen wormen, schimmels en bodeminsecten kan ook bovengronds de activiteit van natuurlijke plaagbestrijders toenemen bij minder intensieve vormen van bodembewerking, verwacht Van Balen. „Loopkevertjes rennen over de grond, maar er zijn ook soorten die in het gewas kunnen klimmen om daar trips of andere plagen op te eten.”

In de grond is bij ploegen meer verdichting waar te nemen. Blauwverkleuring wijst op zuurstoftekort in wat diepere lagen.Mineralisatie kan wat later beginnen in de gereduceerde grondbewerking. Daardoor kan stikstof net wat later beschikbaar komen.

Hybride systeem

Na zoveel jaren onderzoek zijn er volgens Van Balen een paar duidelijke voordelen van het niet ploegen: het past dus bij werken op onbereden bedden, het levert biodiverser bodemleven op en voor de meeste gewassen is het vergelijkbaar of beter voor de opbrengst. Van Balen denkt dat een hybride systeem van gereduceerde grondbewerking met af en toe een ecoploeg voor een fijnzadig gewas goed zal werken. „Met gereduceerde grondbewerking kan je ver komen. Wat mij betreft past de ecoploeg in dat systeem.”

Aanwezige teler Dingeman Burgers wil op zijn bedrijf in Zevenbergschen Hoek verder met niet-kerende grondbewerking. „Mijn ervaring is dat je met het rijpadensysteem na regen snel weer kunt rijden met een schoffelmachine. Je hebt meer draagkracht en in dit systeem heb je nog nauwelijks insecticiden nodig. De grond houdt stikstof goed vast.” Burgers wil met groenbemesters groen de winter over. De onderzoekers in Lelystad werkten het liefste met groenbemesters die na vorst afstierven of makkelijk te klepelen waren, zegt Van Balen. Burgers gaat het met winterharde soorten proberen, zegt hij. „Als dat nodig is, zet ik dan de ecoploeg in.”

Bron: akkerwijzer.nl/agrio     Beeld/tekst: Jorg Tönjes

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen