Als de eerste groenbemesters in het veld staan, is het een goed moment om stil te staan bij wat ze opleveren en hoe je dit meeneemt in het bemestingsplan voor volgend jaar. Groenbemesters leveren effectieve organische stof (EOS), maar de hoeveelheid hangt af van factoren als soort, zaaidatum en gewashoogte. Ook nemen ze stikstof op.

Groenbemesters worden geteeld om vele redenen: onder andere voor onkruidonderdrukking, tegengaan van nutriëntenverliezen, tegengaan van ziekten en plagen of voor de opbouw van organische stof in de bodem. Voor dit laatste aspect wordt vaak gekeken naar de aanvoer van ‘Effectieve Organische Stof (EOS)’ in kg per hectare. Dit kan EOS zijn van organische mest, gewasresten, maar ook voor groenbemesters is dit een belangrijk aspect om naar te kijken voor inzicht in de organische stofbalans.

Bijdrage groenbemesters aan organisch stof in de bodem

De hoeveelheid EOS verschilt per groenbemester en hangt af van de aanvoer van verse organische stof en de humificatiecoëfficiënt (= het aandeel van de verse organische stof dat één jaar na toediening nog over is in de bodem). Als je deze met elkaar vermenigvuldigd krijg je de EOS. Kengetallen van deze waarden van een aantal veelgebruikte groenbemesters zijn te vinden in Tabel 2 van de pagina over Aanvoerbronnen effectieve organische stof in het Handboek Bodem en bemesting.

Inschatten o.b.v. zaaitijdstip

De aanvoer van verse organische stof is afhankelijk van de ontwikkeling van de groenbemester: een eerder gezaaide en beter ontwikkelde groenbemester geeft over het algemeen een hogere aanvoer van organische stof, en dus ook van EOS. Voor een tiental groenbemesters is er een relatie tussen het zaaitijdstip en de aanvoer van EOS, dit overzicht is te vinden in Tabel 4 op dezelfde pagina.

Inschatten o.b.v. hoogte

Ook is er bij zes groenbemesters een relatie tussen de hoogte van groenbemester (bovengronds) en de aanvoer van EOS, deze waardes zijn te vinden in Tabel 5. Met deze informatie kun je een nauwkeurigere inschatting maken van de aanvoer van EOS via groenbemesters.

Stikstofopname van groenbemesters

Om een goed ontwikkelde groenbemester te telen, is soms – afhankelijk van de voorvrucht én de zaaidatum – een kleine stikstofgift nodig. Om te bepalen hoeveel stikstofbemesting een groenbemester eventueel nodig heeft, kun je de overzichten in het hoofdstuk over Stikstofbemestingsrichtlijnen groenbemesters gebruiken. In dat overzicht kun je zien dat een vroeg gezaaide groenbemester meer stikstof op kan nemen, en ook dat er een heel aantal voorvruchten zijn waarbij de groenbemester geen stikstofbemesting nodig heeft.

Stikstofnawerking uit groenbemesters

Vervolgens zijn er na de teelt van de groenbemester nog twee belangrijke zaken om rekening mee te houden:

  • Het inwerkmoment: uit een verterende groenbemester komt (veel) stikstof vrij, werk daarom de groenbemester niet te lang voor het zaaien van het volggewas in, zeker bij een snel verterende groenbemester;
  • De N-gift aan het volggewas: om dezelfde reden is het belangrijk om de vrijkomende stikstof uit de groenbemester mee te rekenen in de N-gift aan het volggewas, zie voor meer informatie het hoofdstuk N-korting na het onderwerken van groenbemesters.

Auteur: Martine Trip/bron Beterbodembeheer

Link: https://www.beterbodembeheer.nl/nieuws/organische-stof-en-stikstofopname-inschatten-van-groenbemesters/

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen